• 080 360 360

Nummer met lokaal tarief

Niet-concurrentiebeding bij overname

Onze advocaten zijn gespecialiseerd in Contracten.

Contacteer ons via het online formulier of bel ons kantoor te Gent, Antwerpen of Brussel.

Share on twitter
Share on facebook
Share on google
Share on linkedin

Principe van concurrentievrijheid

Concurrentievrijheid blijft één van de steunpilaren van het ondernemingsrecht.

Eerder bespraken wij reeds de gevolgen hiervan voor de bescherming van cliënteel.

Het Decreet D’Allarde wordt in dat verband vaak aangehaald als bron voor de vrijheid van handel, hetgeen impliceert dat er ook een vrije overgang van cliënteel moet bestaan.

Deze overgang kan slechts onder strikte voorwaarden gehinderd worden.

Een specifieke vraag die zich daarover stelt is of er een (impliciete) niet-concurrentieverbintenis kan bestaan bij de overdracht van een handelsactiviteit wanneer dit gebeurt onder de vorm van het overdragen van aandelen in een vennootschap.

In tegenstelling tot de overdracht van een handelszaak, strekt de vrijwaringsplicht zich in principe niet uit tot een effectieve garantie van het cliënteel verbonden aan de handelszaak waarop de aandelen slaan.

De vrijwaringsplicht is namelijk beperkt tot het ongestoorde bezit van de aandelen.

Het laten inschrijven van een niet-concurrentiebeding in de overnameovereenkomst is daarom aan te raden om een sluitende regeling te bereiken.

Dan nog is het afdwingen van dergelijk beding geen evidentie. Een beslissing van de kortgedingrechter te Gent, bevestigd in beroep, maakt dit duidelijk. Geoordeeld werd dat de afdwingbaarheid van een niet-concurrentiebeding prima facie niet kan ingewilligd worden.

“In casu zijn We prima facie beoordeeld van mening dat het geenszins zeker is dat het niet-concurrentiebeding opgenomen in de overnameovereenkomst, door de bodemrechter als geldig zal worden gezien. Immers is er niet alleen de vraag of een niet-concurrentiebeding over acht jaar niet overdreven is en wel de toets aan het principe van de vrijheid van handel, ingeschreven in artikel 7 van het decreet d’Allarde van 2-17 maart 1791, kan doorstaan. “

Het niet-concurrentiebeding is in deze omstandigheden dus absoluut verbonden aan verschillende voorwaarden om de geldigheidstoets te doorstaan.

Het snel en ondoordacht opnemen van dergelijk beding kan bij de afdwingbaarheid aanzienlijke problemen opleveren en zelfs de nietigheid van de clausule veroorzaken.

Theoretisch is er iets voor te zeggen om de aanwezigheid van een impliciet concurrentiebeding te veronderstellen in elke overnameovereenkomst.

Dit zou niet alleen het probleem van de kwalificatie van de vrijwaringsverbintenis oplossen, maar ook de eventuele nietigheid van een expliciete clausule remediëren.

De rechtspraak neemt enkele voorzichtige stappen in deze richting, door een al te formele interpretatie van de vrijwaringsplicht af te wijzen. Anderzijds is de rechtspraak zeer aarzelend om een al te ruime toepassing te verlenen aan de beperkende werking van de goede trouw, waarop een impliciet concurrentieverbod gestoeld zou kunnen worden.

De toekomstige uitspraken hieromtrent zullen verduidelijking moeten geven, desgevallend met toetsing door het Hof van Cassatie.

Rechtspraak

    Niet-concurrentiebeding overnameovereenkomst en kort geding

    In casu zijn We prima facie beoordeeld van mening dat het geenszins zeker is dat het niet-concurrentiebeding opgenomen in de overnameovereenkomst, door de bodemrechter als geldig zal worden gezien. Immers is er niet alleen de vraag of een niet-concurrentiebeding over acht jaar niet overdreven is en wel de toets aan het principe van de vrijheid van handel, ingeschreven in artikel 7 van het decreet d’Allarde van 2-17 maart 1791, kan doorstaan. Maar bovendien blijft de vraag of het beding wel te rijmen valt met de bepaling van artikel 65 §2 alinea 4, 3° of artikel 65 §8 AOW 3 juli 1978 waar het niet-concurrentiebeding 12 maanden overstijgt terwijl bovendien de werkgever hier de arbeidsovereenkomst, anders dan om dringende redenen, heeft beëindigd.

    Nu de rechten van hier onvoldoende onzeker zijn om een dermate zware sanctie als het verbod om een concurrerende activiteit op te starten te verantwoorden.

    Bekijk de uitspraak op 21 augustus 1970

Gerelateerde online diensten

Er zijn voor dit artikel geen gerelateerde online diensten. U kan via deze link een overzicht van onze online diensten bekijken.

Vond U dit artikel nuttig? Bedank ons met een review op google!
Gent
Antwerpen!

Kantoren

Gent

Brugsevaart 31

9030 Gent

+32 (0)9 349 61 23

Antwerpen

Brusselstraat 51

2018 Antwerpen

+32 (0)3 369 12 72

Brussel

Burg. Etienne Demunterlaan 5

1090 Jette

+32 (0)2 669 09 14