Bewijs van uitvoering van de aanneming rust bij de aannemer

Vastgoedrecht



Onze advocaten zijn gespecialiseerd in Vastgoedrecht.

Contacteer ons via het online formulier of bel ons kantoor te Gent, Antwerpen of Brussel.

Uitspraak op 21 januari 2016

Nr. C.14.0470.N

METAALBOUW VANDEKERCKHOVE nv, met zetel te 8780 Oostrozebeke, Hulstestraat 10,
eiseres,
vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiseres woon-plaats kiest,

tegen

HARELBEEKSE HOUTZAGERIJ nv, met zetel te 8530 Harelbeke, Gentsesteenweg 184,
verweerster,
vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 28 maart 2014.
Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Krachtens artikel 1315, eerste lid, Burgerlijk Wetboek moet hij die de uitvoering van een verbintenis vordert, het bestaan daarvan bewijzen.
Krachtens artikel 1315, tweede lid, Burgerlijk Wetboek moet omgekeerd hij die beweerd bevrijd te zijn, het bewijs leveren van de betaling of van het feit dat het tenietgaan van zijn verbintenis heeft teweeggebracht.
Krachtens artikel 870 Gerechtelijk Wetboek moet iedere partij het bewijs leveren van de feiten die zij aanvoert.

2. Uit deze bepalingen volgt dat het aan de eiser behoort aan te tonen dat alle voorwaarden die het recht waarop hij zich beroept doen ontstaan, voorhanden zijn.
Wanneer een aannemer bijgevolg betaling vordert voor overeengekomen werken en de opdrachtgever aanvoert dat de werken of een gedeelte ervan niet door de aannemer werden uitgevoerd, komt het, in beginsel, aan deze laatste toe te bewijzen dat hij de werken heeft uitgevoerd.

3. De appelrechters die uit de afwezigheid van oplevering, het ontbreken van werfverslagen en van het opstellen van het proces-verbaal van oplevering, tot het besluit komen dat de eiseres het bewijs niet levert van de uitvoering van de resterende werken waarop de facturen betrekking hebben, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

4. De appelrechters oordelen:
– er is geen formeel verslag of document waaruit zou blijken welke werken de eiseres heeft uitgevoerd;
– de oplevering blijkt ook niet uit de stilzwijgende aanvaarding van de facturen waarvoor de eiseres betaling vordert noch uit de afrekening van 15 oktober 2008;
– de facturen en de afrekening dateren van jaren na de veronderstelde uitvoering van de werken;
– het staat niet met zekerheid vast dat de verweerster kennis zou hebben gekregen van de afrekening voorafgaand aan de facturatie;
– het protest van de verweerster is niet laattijdig en maakt geen omstandig stil-zwijgen uit dat niet anders kan worden geïnterpreteerd dan als een aanvaarding;
– het protest vermeldt, zonder dat dit wordt betwist door de eiseres, dat de facturen pas half maart 2009 werden ontvangen, terwijl het protest dateert van 30 maart 2009, en refereert tevens aan een voorafgaand protest;
– de uitvoering van de werken blijkt niet uit feitelijke gegevens in verband met de uitvoering van de overeenkomst, dit is noch uit de uitgewisselde correspondentie, die illustreert dat de partijen hebben overlegd omtrent het ontwerp en dat de werken van onderaannemers van zowel de eiseres als de verweerster werden gecoördineerd, noch uit instructies die betrekking kunnen hebben op de montage van andere onderdelen dan het gebinte;
– de fax van 21 januari 2005 van de verweerster schijnt te suggereren dat de verweerster zelf zou hebben ingestaan voor de montage van de afsluitende delen.

5. Met deze redenen verwerpen en beantwoorden de appelrechters de vordering van de eiseres tot aanstelling van een deskundige.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Derde onderdeel

6. Krachtens artikel 962, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan de rechter, ter oplossing van een voor hem gebracht geschil of ingeval een geschil werkelijk en dadelijk dreigt te ontstaan, deskundigen gelasten vaststellingen te doen of een technisch advies te geven.
De rechter is niet verplicht om een deskundige te gelasten, en kan zulks weigeren wanneer er geen dienstige reden bestaat om een deskundige te gelasten.

7. Met de redenen vermeld onder het tweede onderdeel, geven de appel-rechters te kennen dat er geen dienstige reden bestaat om een deskundige te gelasten.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Dictum
Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op euro 648,80 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de afdelingsvoorzitters Albert Fettweis en Alain Smetryns, en de raadsheren Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 21 januari 2016 uitgesproken door afde-lingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Van-dewal, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.