Verbrekingsbeding in algemene voorwaarden nietig

Contracten



Onze advocaten zijn gespecialiseerd in Contracten.

Contacteer ons via het online formulier of bel ons kantoor te Gent, Antwerpen of Brussel.

Uitspraak op 4 december 2006 (opgenomen onder het artikel: Bestelling keuken annuleren)

Heeft U zelf ervaringen met de agressieve praktijken van sommige keukenleveranciers? Laat het ons weten. Wij volgen diverse procedures op, waarin deze verklaringen van nut kunnen zijn.

In de zaak van :

J.V,

tegen

N.V. DSM KEUKENS,
met maatschappelijke zetel te 9850 Nevele, Vaart Links 7 en met ondernemingsnummer 0449.476.026,

velt het Hof volgend arrest :

I. Bestreden beslissing – Rechtspleging in hoger beroep.

1.
Het hoger beroep is ingesteld tegen het vonnis van de vijfde kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde (04/179/A) van 4 november 2005, bij verzoekschrift van 10 maart 2006. Het is tijdig en regelmatig naar de vorm. Een akte van betekening wordt niet voorgelegd.

2.
Het Hof heeft artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken in acht genomen.

De procedure gebeurde op tegenspraak.

II. Overblijvende betwisting – Feiten – Procedure in eerste aanleg.

3.
De volgende betwistingen blijven over in deze beroepsprocedure:
– is de overeenkomst tussen partijen een aannemingsovereenkomst dan wel een overeenkomst tot verkoop van producten en diensten in de zin van de Wet 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken, de voorlichting en de bescherming van de consument, zoals achteraf gewijzigd (hierna WHPC);
– zijn de artikelen 30 en / of 31 WHPC geschonden.

4.
De eerste rechter beoordeelde terecht de feiten als volgt.

Op 19.10.2003 ondertekenen de partijen te Sint-Niklaas de bestelbon nr. 1009 waarbij de verweerster overgaat tot de bestelling bij de eiseres van een keuken type BAL 3085, volgens plan, toestellen inbegrepen, met plaatsing uit te voeren door de eiseres, dit tegen de prijs van 7.932,00 EUR, BTW inbegrepen, te vermeerderen met een recyclagebijdrage van 35,00 EUR. De levering en plaatsing wordt op einde 2005 vastgesteld. Er wordt wel een voorschot vermeld van 2.400 EUR, maar niet bepaald tegen welke datum dit te betalen is.

Bij brief van 27.10.2003 annuleert de verweerster de overeenkomst van 19.10.2003 als volgt (letterlijk citaat):

“Mijnheer Mevrouw

Hierin vind je de annulatie van de keuken.
De reden is dat ik ziek ben gevallen.
En geen goede uitslag kreeg (zelfs super slecht).
Ik kan de keuken niet laten maken of voorschotten of de keuken ook niet betalen.
Ik zal mijn centen zo al onverwacht nodig hebben, spijt ons,
Hier eindig ik dan.”

Bij aangetekend schrijven d.d. 30.10.2003 meldt de eiseres dat zij nota heeft genomen van deze annulatie wegens ziekte en stelt de verweerster in gebreke tot betaling van de overeengekomen schadevergoeding van 30%, zijnde 2.390,00 EUR.

Bij aangetekend schrijven van de raadsman van eiseres d.d. 17 november 2003 wordt de verweerster nog eens aangemaand om de som van 2.390,00 EUR te betalen.

Bij brief van 11.12.2003 antwoordt de verweerster. Zij stelt te erkennen dat zij een keuken besteld heeft en dat ze deze bestelling binnen de 7 dagen geannuleerd heeft. Verder stelt de verweerster dat het betreffende contract een aantal onrechtmatige bedingen bevat zoals het feit dat het haar “enkel is toegestaan deze overeenkomst te ontbinden dan tegen betaling van een schadevergoeding van 30%, alsook het feit dat in principe een onbepaalde termijn voor levering werd bedongen (wet betreffende de handels-praktijken)”.

Bij brief van de raadsman van eiseres d.d. 15.12.2003 aan de verweerster wordt duidelijk gesteld dat de overeenkomst niet kosteloos kon geannuleerd worden, ook niet binnen de zeven dagen, dat er geen sprake is van enig onrechtmatig beding en dat de leveringstermijn wel degelijk werd vastgelegd, meer bepaald rond einde 2005. Verder wordt gesteld dat de bedongen vergoeding geen schadevergoeding voor een contractuele wanprestatie is maar wel een overeengekomen bedrag om te kunnen afzien van de uitvoering van het contract, zie art. 1794 B.W.. Tenslotte eindigt de brief met “Bij gebreke aan regeling volgt dagvaarding zoals aangekondigd”.

Bij gebrek aan betaling laat de eiseres, bij exploot van 14.01.2004, overgaan tot het inleiden van het onderhavig geding.

5.
Het Hof maakt deze uiteenzetting tot de hare en wenst in deze zaak nog de libellering van de bestelbon te benadrukken.

De bestelbon die Mevrouw J.V (hierna “appellante”) tijdens de opendeurdagen in de vestiging te Sint-Niklaas van de N.V. DSM keukens (hierna “geïntimeerde”) tekent, vermeldt onder meer de volgende gegevens (stuk 1 van het dossier van geïntimeerde):

“Type keuken: BAL 3085
Greep: G030
Kleur korpus: vanille
Type blad: MAL 2040
Afwerking blad: standaard
Hoogte hangkasten: 88
Hoogte plint: 15
Kleur plint: vanille
Kleur spots + aantal: 4 inbouw

Omschrijving: keuken volgens plan in bijlage”.

Dit plan is een vooraf opgesteld formulier van het Duitse “Ballerina Kitchen” met een schets en de mogelijkheid om verschillende onderdelen van een keuken aan te kruisen.

Verder wordt een aantal keukentoestellen specifiek aangeduid. Een grondplan is bijgevoegd, maar de keuken is niet opgemeten.

6.
De eerste rechter verklaarde de vordering van DSM Keukens gegrond en veroordeelde huidige appellante tot betaling van 30% schadevergoeding, vermeerderd met de moratoire en gerechtelijke intrest aan de wettelijke intrestvoet en met de kosten van het geding.

III. Grieven – voorwerp van het hoger beroep.

7.
Appellante werpt op dat:
1) de toestemming gebrekkig is, wat de overeenkomst nietig maakt;
2) de WHPC wel degelijk van toepassing is. Op grond van artikel 30 daarvan zijn de algemene voorwaarden haar niet tegenstelbaar. Bovendien bevat de overeenkomst een aantal onrechtmatige bedingen op grond van de artikelen 31 en 32 WHPC en werd appellante tijdens de opendeurdagen misleid.
3) geïntimeerde ook op grond van het gemeen recht geen recht heeft op een schadevergoeding. Artikel 1794 B.W. is niet van toepassing en de matigingsbevoegdheid van artikel 1231 B.W. is van toepassing;
4) (ondergeschikt) geïntimeerde haar recht misbruikt.

Zij vordert het bestreden vonnis teniet te doen en de oorspronkelijke vordering toelaatbaar maar ongegrond te verklaren.
Uiterst ondergeschikt vraagt zij de vordering te herleiden tot euro 650,00.

8.
geïntimeerde vraagt het hoger beroep toelaatbaar maar ongegrond te verklaren.

IV. Beoordeling.

De kwalificatie van de overeenkomst tussen partijen.

9.
De vraag rijst of het leveren en plaatsen van een keuken een aannemings-overeenkomst uitmaakt, of integendeel een koop-verkoop (eventueel van een toekomstig goed) vormt. Het antwoordt bepaalt of artikel 1794 B.W., inzake aanneming, van toepassing is op de voorliggende situatie, dan wel of de WHPC toepasselijk is.

Artikel 1.1. van de WHPC bepaalt dat “producten” alle lichamelijke roerende zaken zijn. Op grond van artikel 1.2. van de wet zijn “diensten” alle prestaties die een handelsdaad uitmaken of een ambachtsactiviteit bedoeld in de wet op het handelsregister.

In deze zaak gaat het niet om een ambachtsactiviteit.

Artikel 2 van het Wetboek van Koophandel bepaalt onder meer dat daden van koophandel zijn:
– alle verbintenissen van kooplieden betreffende zowel onroerende als roerende goederen, tenzij bewezen is dat ze een oorzaak hebben die vreemd is aan de koophandel;
– elk in hoofdzaak materieel werk verricht ingevolge huur van diensten, zodra het, zelfs op bijkomstige wijze, gepaard gaat met levering van koopwaar.

Er is geen betwisting met betrekking tot het feit dat geïntimeerde een verkoper is in de zin van artikel 1.6 WHPC en appellante een consument in de zin van artikel 1.7 van dezelfde wet.

Op grond van het voorgaande kan de levering en plaatsing van een keuken in principe onder het toepassingsgebied van de WHPC vallen.

10.
Het criterium om te bepalen of een aannemingsovereenkomst gesloten werd tussen partijen, dan wel een koop-verkoop van een toekomstige zaak, is de specificiteit van het goed (FLAMME, M.-A., et al., Le contrat d’entreprise. Chronique de jurisprudence 1990-2000, in: Les dossiers du Journal des Tribunaux, Larcier, Brussel, 2001, nrs. 11-13, pp. 27-30).
Indien het te maken goed specifiek is en dus gemaakt moet worden volgens de geheel of hoofdzakelijk individuele wensen en noden van de klant, dan is er sprake van aanneming. Gaat het integendeel om een veeleer gestandardiseerd product, dat bedacht en ontworpen is door de fabrikant in functie van de gangbare noden van een potentieel cliënteel en hooguit aan de situatie ter plaatse aangepast wordt, dan is er sprake van een koop-verkoop (voor de toepassing van de WHPC op de levering en oprichting van een veranda: Bergen, 24 juni 1994, D.C.C.R., 1995, 362, met noot De Vroede “Réaliser une véranda est une prestation de services” (zij het dat deze uitspraak over reclame ging); Luik, 16 april 1998, J.L.M.B., 1998, 1829; Luik, 9 oktober 2003, R.R.D., 2003, 449; op de vervaardiging, de levering en de plaatsing van een huisje bij een zwembad: Bergen, 9 oktober 2000, geciteerd in BALLON, “Perikelen rond de bestelling van een schuilhuisje, A.J.T., 2001-2002, 81).

11.
Om de volgende redenen is er in deze zaak een koop-verkoop aanwezig, waarop de WHPC van toepassing is.

In het voorliggende geval gaat het niet om een heel specifiek voorwerp, noch om een goed dat volledig of in ruime mate naar de maat en de eigen en bijzondere behoeften van appellante geconcipieerd en uitgevoerd moest worden.
In deze zaak is integendeel sprake van een concept van geëntimeerde (of haar Duitse leverancier) in functie van vaak voorkomende wensen van een potentieel cliënteel. Uit de bestelbon blijkt dat het hier gaat om een standaardproduct dat in serie vervaardigd wordt en waarvan de onderdelen uit een voorraad kunnen gehaald worden. De onderdelen moeten niet eerst speciaal voor appellante vervaardigd worden.

In casu gaat het om een toekomstig goed, dat de verwerende partij wellicht nog moest assembleren. Dit feit neemt evenwel niet weg dat het om een verkoop van een goed gaat.

Ook het feit dat er nog een opmeting diende te volgen, zodat de keuken in het huis zou passen, is onvoldoende in het voorliggende geval om de koop als een aanneming van werk en niet als koop-verkoop te kwalificeren.

Dat er nog enig handwerk vereist is om de geleverde keuken in de woning in te passen is tenslotte niet voldoende om te oordelen dat het om een aanneming gaat. Het individuele en specifieke karakter qua concept en uitvoering staat in deze zaak niet voldoende vast.

Schending van artikel 30 WHPC.

12.
Op grond van artikel 30 WHPC moet de verkoper ten laatste op het ogenblik van het sluiten van de verkoop te goeder trouw aan de consument de behoorlijke en nuttige voorlichting geven betreffende onder meer de verkoopsvoorwaarden, rekening houdend met de door de consument uitgedrukte behoefte aan voorlichting.

Uit de feitelijke uiteenzetting en de stukken van de dossiers blijkt dat:
– geen precieze leveringstermijn afgesproken werd;
– de leveringstermijn “+-” gesitueerd werd ruim twee jaar na het ondertekenen van de bestelbon, zonder dat daar een andere reden voor aanwijsbaar is dan de beperkte financiële middelen van appellante, die met brugpensioen is en op grond daarvan een maandelijks inkomen heeft van euro 898,43;
– het totale bedrag van de keuken euro 7.967,00 bedraagt. Er is niet aangetoond dat appellante andere inkomsten heeft dan de genoemde euro 898,43;
– er niet bepaald is wanneer het voorschot van euro 2.400,00 te betalen is (de bestelbon vermeldt enkel “op datum”).

Uit deze gegevens leidt het Hof af dat, indien appellante geweten zou hebben dat zij een overeenkomst tekende, die haar definitief bond, in die zin dat zij euro 2.390 zou dienen te betalen om de overeenkomst te beëindigen, zij deze niet zou getekend hebben.

Appellante was derhalve onvoldoende ingelicht over de toepasselijke algemene voorwaarden. Artikel 30 WHPC is geschonden.

Schending van artikel 31 WHPC.

13.
Ten overvloede wijst het Hof nog op het volgende.

Een onrechtmatig beding in de zin van artikel 31, §1 WHPC is elk beding of elke voorwaarde die een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van partijen.

Het Hof neemt de volgende bijzondere omstandigheden bij de sluiting van de overeenkomst in acht om tot de conclusie te komen dat artikel 2 van de algemene voorwaarden een onrechtmatig beding is:
– het feit dat de overeenkomst tijdens opendeurdagen in de toonzaal bij geïntimeerde gesloten werd;
– het feit dat de overeenkomst in oktober 2003 gesloten werd, terwijl de plaatsing pas gepland werd voor “+/- eind” 2005, zonder dat daar een andere reden voor aanwijsbaar is dan de beperkte financile middelen van appellante, die met brugpensioen is en op grond daarvan een maandelijks inkomen heeft van euro 898,43;
– het totale bedrag van de keuken bedraagt euro 7.967,00. Er is niet aangetoond dat appellante andere inkomsten heeft dan de genoemde euro 898,43;
– er is niet bepaald wanneer het voorschot van euro 2.400,00 te betalen is (de bestelbon vermeldt enkel “op datum”);
– een onnauwkeurige leveringstermijn bedongen is, die over een tijdspanne van meer dan twee jaar gepland wordt, terwijl een verbreking 30% van de totale aankoopsom bedraagt, terwijl de koper over een beperkt maandelijks inkomen beschikt, dat net iets meer dan 10% van de aankoopsom bedraagt.

Overige middelen en argumenten.

14.
Gelet op het voorgaande wordt niet verder ingegaan op de overige middelen en argumenten van partijen, die in deze zaak tot geen andere uitspraak kunnen leiden.

Conclusie

15.
Het hoger beroep is toelaatbaar en gegrond. Het bestreden vonnis wordt hervormd en de oorspronkelijke vordering wordt toelaatbaar maar ongegrond verklaard.

Kosten.

16.
Op grond van de artikelen 1042 en 1017 Ger. Wb. wordt geïntimeerde tot betaling van de kosten van beide aanleggen veroordeeld.

V. Beslissing.

Het hoger principaal beroep is toelaatbaar en gegrond.

Het bestreden vonnis wordt hervormd.

Het Hof

– doet opnieuw recht,

– verklaart de oorspronkelijke hoofdvordering toelaatbaar maar ongegrond;

– veroordeelt geïntimeerde tot betaling van de kosten, begroot als volgt:

appellanten:
rechtsplegingvergoeding eerste aanleg: euro 182,20
rolrecht hoger beroep: euro 186,00
rechtsplegingvergoeding hoger beroep: euro 242,94

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, zevende kamer, recht doende in burgerlijke zaken op vier december tweeduizend en zes.

Aanwezig :

H. Debucquoy, raadsheer, waarnemend voorzitter,
G. Vanderstichele, raadsheer,
G. De la Ruelle, raadsheer,
A. Ferdinande, griffier.