Bestelling keuken annuleren

Contracten



Onze advocaten zijn gespecialiseerd in Contracten.

Contacteer ons via het online formulier of bel ons kantoor te Gent, Antwerpen of Brussel.

Bestelbon getekend

Bij de keuze van een keuken wordt vaak een bestelbon met algemene voorwaarden ondertekend. Deze ‘verkoopsvoorwaarden’ bevatten quasi altijd een zogezegde “verbrekingsvergoeding”. Deze vergoeding is van toepassing wanneer de koper beslist af te zien van de aankoop en loopt soms op tot duizelingwekkende percentages van bv. 30%.

Deze “bestelbon” heeft echter in principe wel de bindende juridische kracht van een overeenkomst, zodat de koper letterlijk vast zit aan de bestelde keuken en mogelijks impulsief besliste op basis van voorgespiegelde kortingen of misleidende informatie.

De redenen om een aankoop te annuleren kunnen divers zijn, gaande van financieringsproblemen tot het overschrijden van een redelijke leveringstermijn van de keukenbouwer.

Voor dit laatste voorzien de leveranciers vaak in clausules die hun toelaten deze termijnen te verlengen.

Wettigheid van de schadevergoeding

Het is een bekende praktijk dat keukenleveranciers zonder mededogen de naleving van hun verkoopsvoorwaarden eisen. Dit onevenwicht is al diverse malen in de literatuur en rechtspraak aan bod gekomen.

Dergelijke clausules die een verbrekingsvergoeding eisen, kunnen in bepaalde gevallen echter in strijd zijn met dwingende wettelijke bepalingen die de koper beschermen.

Diverse uitspraken van de Hoven van Beroep hebben deze praktijken als onwettig verklaard. Zie ter illustratie arrest Hof van Beroep te Gent aangaande DSM keukens. Maar ook andere keukenbouwers hanteren dezelfde verkoopmethodes, waaronder andere grote namen zoals DOVY KEUKENS. Door systematisch verbrekingsvergoedingen op te eisen, wordt dit een lucratievere bezigheid dan het verkopen van de keukens zelf. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de rechtspraak zich hiertegen meer en meer keert en de bedingen toets aan de consumentenwetgeving.

In het arrest waarvan sprake wordt expliciet verwezen naar de vroegere consumentenwetgeving (WHCP – de “Wet Handelspraktijken”) in de overwegingen. Deze regelgeving is thans overgenomen in het wetboek economisch recht (WER).

11.
Om de volgende redenen is er in deze zaak een koop-verkoop aanwezig, waarop de WHPC van toepassing is.

In het voorliggende geval gaat het niet om een heel specifiek voorwerp, noch om een goed dat volledig of in ruime mate naar de maat en de eigen en bijzondere behoeften van appellante geconcipieerd en uitgevoerd moest worden.
In deze zaak is integendeel sprake van een concept van geïntimeerde (of haar Duitse leverancier) in functie van vaak voorkomende wensen van een potentieel cliënteel. Uit de bestelbon blijkt dat het hier gaat om een standaardproduct dat in serie vervaardigd wordt en waarvan de onderdelen uit een voorraad kunnen gehaald worden. De onderdelen moeten niet eerst speciaal voor appellante vervaardigd worden.

In casu gaat het om een toekomstig goed, dat de verwerende partij wellicht nog moest assembleren. Dit feit neemt evenwel niet weg dat het om een verkoop van een goed gaat.

Ook het feit dat er nog een opmeting diende te volgen, zodat de keuken in het huis zou passen, is onvoldoende in het voorliggende geval om de koop als een aanneming van werk en niet als koop-verkoop te kwalificeren.

Dat er nog enig handwerk vereist is om de geleverde keuken in de woning in te passen is tenslotte niet voldoende om te oordelen dat het om een aanneming gaat. Het individuele en specifieke karakter qua concept en uitvoering staat in deze zaak niet voldoende vast.

Schending van artikel 30 WHPC.

12.
Op grond van artikel 30 WHPC moet de verkoper ten laatste op het ogenblik van het sluiten van de verkoop te goeder trouw aan de consument de behoorlijke en nuttige voorlichting geven betreffende onder meer de verkoopsvoorwaarden, rekening houdend met de door de consument uitgedrukte behoefte aan voorlichting.

Uit de feitelijke uiteenzetting en de stukken van de dossiers blijkt dat:
– geen precieze leveringstermijn afgesproken werd;
– de leveringstermijn +- gesitueerd werd ruim twee jaar na het ondertekenen van de bestelbon, zonder dat daar een andere reden voor aanwijsbaar is dan de beperkte financiële middelen van appellante, die met brugpensioen is en op grond daarvan een maandelijks inkomen heeft van euro 898,43;
– het totale bedrag van de keuken euro 7.967,00 bedraagt. Er is niet aangetoond dat appellante andere inkomsten heeft dan de genoemde euro 898,43;
– er niet bepaald is wanneer het voorschot van euro 2.400,00 te betalen is (de bestelbon vermeldt enkel “op datum”).

Uit deze gegevens leidt het Hof af dat, indien appellante geweten zou hebben dat zij een overeenkomst tekende, die haar definitief bond, in die zin dat zij euro 2.390 zou dienen te betalen om de overeenkomst te beëindigen, zij deze niet zou getekend hebben.

Appellante was derhalve onvoldoende ingelicht over de toepasselijke algemene voorwaarden. Artikel 30 WHPC is geschonden.

Schending van artikel 31 WHPC.

13.
Ten overvloede wijst het Hof nog op het volgende.

Een onrechtmatig beding in de zin van artikel 31,§1 WHPC is elk beding of elke voorwaarde die een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van partijen.

Het Hof neemt de volgende bijzondere omstandigheden bij de sluiting van de overeenkomst in acht om tot de conclusie te komen dat artikel 2 van de algemene voorwaarden een onrechtmatig beding is:
– het feit dat de overeenkomst tijdens opendeurdagen in de toonzaal bij geïntimeerde gesloten werd;
– het feit dat de overeenkomst in oktober 2003 gesloten werd, terwijl de plaatsing pas gepland werd voor “+/- eind” 2005, zonder dat daar een andere reden voor aanwijsbaar is dan de beperkte financiële middelen van appellante, die met brugpensioen is en op grond daarvan een maandelijks inkomen heeft van euro 898,43;
– het totale bedrag van de keuken bedraagt euro 7.967,00. Er is niet aangetoond dat appellante andere inkomsten heeft dan de genoemde euro 898,43;
– er is niet bepaald wanneer het voorschot van euro 2.400,00 te betalen is (de bestelbon vermeldt enkel “op datum”);
– een onnauwkeurige leveringstermijn bedongen is, die over een tijdspanne van meer dan twee jaar gepland wordt, terwijl een verbreking 30% van de totale aankoopsom bedraagt, terwijl de koper over een beperkt maandelijks inkomen beschikt, dat net iets meer dan 10% van de aankoopsom bedraagt.

De redenering van het Hof is duidelijk, de consument dient voldoende geïnformeerd te worden bij het aangaan van een dergelijke verbintenis. Bovendien kan een verbrekingsbeding een onrechtmatig beding zijn dat nietig moet verklaard worden.

Vaak zal het verbrekingsbeding met succes aangevochten kunnen worden op basis van de bestaande regelgeving, maar het is duidelijk dat er dringend een wetgevend initiatief nodig is om deze misleidende tactieken volledig uit de wereld te helpen.

Rechtspraak

  • Verbrekingsbeding in algemene voorwaarden nietig

    Dit arrest van het Hof van Beroep te Gent behandelt de vraag of een verbrekingsvergoeding in de algemene voorwaarden van een keukenbouwer geldig is. Het Hof maakt het onderscheid tussen aanneming en de koop – verkoop van een toekomstige zaak. Het kwalificeert de overeenkomst om de juridische gevolgen te bepalen voor de toepassing van art. 1794 B.W. Ook toetst het Hof de overeenkomst aan de Wet Handelspraktijken.

    In deze zaak werd de door DSM KEUKENS gevorderde verbrekingsvergoeding afgewezen, aangezien deze in strijd is met de artikelen 30 en 31 WHPC.

  • Bekijk de uitspraak op 4 december 2006