Identiteit andere bestuurder melden of niet?

Verkeersrecht



Onze advocaten zijn gespecialiseerd in Verkeersrecht.

Contacteer ons via het online formulier of bel ons kantoor te Gent, Antwerpen of Brussel.

Weerlegbaar vermoeden dat eigenaar bestuurder was

U ontvangt een pro-justitia omwille van het feit dat een overtreding vastgesteld is met betrekking tot het voetuig dat Uw eigendom is.

De politie zal het PV opmaken op Uw naam en U dit toesturen. Was U zelf niet de bestuurder, maar iemand anders, dan moet deze laatste ook de gevolgen en dus de boete dragen.

Om praktische redenen kan U weliswaar de overtreding op Uw naam aanvaarden, maar U heeft het recht om te ontkennen dat U met het voertuig reed.

Het betreft een weerlegbaar vermoeden, dat opgenomen is in art. 67bis Wegverkeerswet:

Artikel 67bis Wegverkeerswet

Wanneer een overtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd werd, wordt vermoed dat deze is begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig.

De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten. In dat geval is hij ertoe gehouden om de identiteit van de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken, behalve wanneer hij diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen.”

U bent daarbij niet verplicht om, in het kader van de bevrijding van de eigenlijke overtreding die U ten laste wordt gelegd, de identiteit van de andere bestuurder te melden. Er is ook geen termijn gekoppeld aan het weerleggen van het vermoeden.

Wél bent U daartoe gehouden omdat art. 29ter Wegverkeerswet deze verplichting strafbaar stelt:

“Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met geldboete van 50 euro tot 4000 euro of met een van die straffen alleen, wordt gestraft, hij die de verplichting bedoeld in artikel 67bis, tweede lid, tweede zin, niet nakomt. De rechter kan bovendien het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uitspreken voor een duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar of levenslang. Deze straffen worden verdubbeld bij herhaling binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.”

Het betreft een zelfstandige tenlastelegging, zodat het parket dan ook effectief zal moeten beslissen om U daarvoor te vervolgen als U de identiteit van de andere bestuurder niet kenbaar maakt.

Voertuig ingeschreven op een rechtspersoon

Art. 67ter Wegverkeerswet somt de verplichtingen op die de rechtspersoon heeft, wanneer het voertuig op naam van deze rechtspersoon is ingeschreven:

“Wanneer een overtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een rechtspersoon, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd werd, zijn de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigt, ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder op het ogenblik van de feiten mee te delen of, indien zij die niet kennen, de identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor het voertuig, behalve wanneer zij diefstal, fraude of overmacht kunnen bewijzen.

De mededeling moet gebeuren binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf de datum waarop de vraag om inlichtingen werd verstuurd.

Indien de persoon die verantwoordelijk is voor het voertuig niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten moet hij eveneens, op de wijze hierboven vermeld, de identiteit van de onmiskenbare bestuurder meedelen.”

De rechtspersoon of de natuurlijke persoon die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigt als houder van de kentekenplaat of als houder van het voertuig, zijn ertoe gehouden de nodige maatregelen te nemen om aan deze verplichting te voldoen.”

Andere overtredingen

Leidt de vaststelling van de eerste oorspronkelijke overtreding tot andere strafbare handelingen (zoals het rijden zonder rijbewijs) op naam van degene op wiens naam het voertuig is ingeschreven, dan kan deze persoon daar ook voor vervolgd én veroordeeld worden.

Het is in dat geval dus van essentieel belang om gemotiveerd te bewijzen dat de houder van de inschrijving niet met het voertuig reed.

Rechtspraak

  • Identiteit bestuurder ook voor rijden tijdens rijverbod

    De rechter die oordeelt op grond van artikel 67bis Wegverkeerswet dat de beklaagde bestuurder van het voertuig was waarmee een verkeersinbreuk is gepleegd, kan in voorkomend geval, op grond van de feitelijke en juridische grondslagen die hij vermeldt, tevens oordelen dat de beklaagde op het ogenblik van het plegen van die inbreuk zijn voertuig bestuurde spijts verval. Zie: Cass. 25 feb. 2004, AR P.03.1430.F, AC, 2004, nr. 104.

  • Bekijk de uitspraak op 25 oktober 2011

Vond U dit artikel nuttig? Bedank ons met een review op google voor ons kantoor te Gent of Antwerpen!